Feuilleton over de avonturen die ik beleefde vóór ik kinderen had, om te vieren dat ik mezelf al 20 jaar schrijver mag noemen. Met de ‘best of’ van mijn vorige website jannekejonkman.nl: elke dag een nieuwe oude blog, zolang de voorraad strekt.  

Piepelen

De woningbouwvereniging heeft bedacht dat er nu echt iets gaat gebeuren met het huis waarin ik woon. Dit komt niet geheel onverwachts: de etage onder mij staat al een jaar leeg en ik loop dus al maanden stampend door mijn huis omdat dat nu eenmaal kan nu de boze buurman weg is.

Hoewel dat de laatste weken weer anders ligt, omdat er tijdelijk een vrouw anti-kraak in de woning is gezet, een vrouw die muzikante is en wekelijks een professioneel koor begeleidt in de kamer onder mijn huiskamer. Om de zoveel dagen vraagt ze of ik daar geen last van heb, maar dat heb ik niet – ik ga al mijn halve leven niet meer naar de kerk, maar als ik nu speciaal voor de gelegenheid wat wierook brand en mijn deur openzet zodat het gezang mijn kamer binnenstroomt, dan is het net of ik in de kerk ben, en dan denk ik: ik ben waarschijnlijk de enige in de stad met een kerk aan huis.

Van de week stond ineens mijn bovenbuurman in de gang – degene die ik ook wel de onzichtbare buurman noem. Hij had zich goed voorbereid: hij was net aangeschoten genoeg om een gesprek te durven aangaan, maar weer niet zo dronken dat hij niet meer kon praten. In zijn ene hand had hij een brandende sigaret, in de andere een asbakje zodat hij mijn gang niet zou bevuilen.

‘Ik heb gehoord dat je misschien weg wil,’ zei hij. ‘Dat je misschien ingaat op een aanbod voor een ander huis.’

‘Voorlopig ben ik niet weg,’ zei ik. ‘Ik ga alleen weg als ze me een even groot huis aanbieden in dezelfde buurt, aan het water en met tuin, en een rustige plek om te kunnen schrijven.’

‘Ze proberen ons uit,’ zei hij. ‘Dat doen ze altijd. Maar mij krijgen ze niet zomaar weg, hoor.’

De onzichtbare buurman woont hier al zo lang dat hij half vergroeid is met het huis. Hij líjkt zelfs een beetje op het huis: oud, scheefgegroeid, maar met die Jordanese charme die je nergens anders vindt.

‘Ik heb ze wel door. Ik kan via een speciale computer zo in hun computer kijken. Ik weet precies wat ze van plan zijn.’ Hij keek me strijdlustig aan. ‘Mij krijgen ze niet klein.’

‘Goed zo,’ zei ik. ‘We moeten ons niet laten piepelen.’

‘Maar als je toch weggaat,’ zei hij. ‘Dan wens ik je alle geluk. Echt waar. Ik steun toch nooit op mensen. Alleen op mijn gabbers.’

Hij tikte zijn sigaret af in het asbakje.

Nooit gedacht dat de onzichtbare buurman zich op de een of andere onzichtbare manier toch aan me zou gaan hechten.

Amsterdam, 10 oktober 2006 

*****

‘Waar kom je vandaan?’

‘Uit Holland.’

‘Zo zo. Wow. En uit welk land?’

‘Holland is een land.’

‘O, Hólland. I thought you said Poland.’

‘Nee, Holland.’

‘Spreek je dan ook Zweeds?’

LEES MEER

Janneke Jonkman

Janneke is het gezicht achter My Little Dutch Diary en schrijver van onder meer 'O jee, het zijn er twee'.