Feuilleton over de avonturen die ik beleefde vóór ik kinderen had, om te vieren dat ik mezelf al 20 jaar schrijver mag noemen. Met de ‘best of’ van mijn vorige website jannekejonkman.nl: elke dag een nieuwe oude blog, zolang de voorraad strekt.  

De godsrivier

Mijn boven- en onderburen zijn van de merkwaardige soort, althans, dat vind ik; zij zullen op hun beurt mij wel weer merkwaardig vinden – zo gaat dat meestal. Boven mij woont de onzichtbare buurman. Dit is een klein mannetje met grote oren dat altijd door de gang sluipt op momenten dat je hem niet ziet of hoort. Soms zie je hem zo lang niet dat het lijkt alsof hij niet bestaat. 

In de stad liep ik langs een duif bij wie ze een plastic bekertje om de nek hadden gedaan, dat als een kap om zijn kop stond zoals bij een hond die zojuist is geopereerd. Ik probeerde de duif te pakken om het eraf te halen, maar hij vloog weg, met bekertje en al. Voorbijgangers moesten lachen. Ikzelf dacht: duiven zijn ook maar bewoners van deze stad. Zolang we dat niet inzien, wordt het nooit wat met ons.

Vervolgens werd ik aangesproken door een mevrouw wilde weten waar de Dam was, maar eigenlijk wilde ze gewoon een praatje maken. Ze zei: ‘Laatst kreeg iemand een medaille uitgereikt en toen zei hij “Bedankt, Beatrix”. Dat vond ik zo stom. “Majesteit”, dat hoeft van mij ook weer niet, maar “mevrouw” was toch wel aardig geweest. We moeten respect voor elkaar hebben, of het nu om de koningin gaat of een zwerver. We zijn immers allemaal hetzelfde? Koningin Juliana zei ook eens dat haar haar niet goed zat. Want zij is ook maar een mens.’ Ik beaamde dat. Daarna begon ze over Jezus. Ze zei dat Hij sinds haar 28ste in haar hart huisde en dat ze sindsdien geen verdriet meer had gekend. Nu was ze tachtig. ‘Ik zoek alle schuld bij mezelf,’ zei ze. ‘Zo iemand als Saddam, hè, daar zit het boze in. Dat zie je aan zijn ogen. Hij weet niet wat dat is, schuld. Hij zoekt het buiten zichzelf.’

Ze keek me even onderzoekend aan. Ze was bijna vergeten dat ze zomaar iemand had aangeklampt op straat, over wie ze een spraakwaterval had uitgestort. ‘Wat denk jij nu van mij?’ vroeg ze.

‘Ik denk dat u graag een praatje wilde maken. En waar het hart vol van is…’

‘Daar stroomt de mond van over!’ vulde ze aan. Ze had een hoge, zangerige stem. ‘Je bent nog jong,’ concludeerde ze. Je moet niet vergeten elke dag te bidden. Dan wordt alles nieuw.’

‘Ik zal eraan denken.’

‘Nou, tot kijk dan maar. Hetzij niet hier, dan wel aan de Godsrivier.’ Voor ze wegliep, keek ze nog even om, alsof ze mijn gezicht in haar geheugen wilde prenten, zodat ze het zich aan de Godsrivier zou herinneren. ‘Ik vergeet je nooit meer!’ riep ze.

Amsterdam, 6 december 2005

*****

Mijn bovenbuurman is een schichtige Jordanees met beginnende Korsakov, van wie ik al die tijd dacht dat hij tegen de honderd moest lopen, tot hij me laatst vertelde dat hij ‘al bijna zestig is’. Af en toe sluipt hij het huis uit en weer in, waarna hij altijd de deur tweedubbel op het nachtslot doet, ook al is het overdag.

LEES MEER 

Janneke Jonkman

Janneke is het gezicht achter My Little Dutch Diary en schrijver van onder meer 'O jee, het zijn er twee'.