Eeneiige of twee-eiige tweeling: dit zijn de 10 verschillen

Wat zijn de verschillen tussen een eeneiige en een twee-eiige tweeling, wat is de kans dat je van een van de twee zwanger raakt en welke is nu precies erfelijk? De 10 belangrijkste verschillen tussen een- en twee-eiige tweelingen.

  1. Een twee-eiige tweeling ontstaat doordat twee eicellen elk bevrucht worden door twee verschillende zaadcellen. Je moet dan als vrouw een dubbele eisprong hebben gehad. Dit is deels erfelijk bepaald – er is een gen dat moeders doorgeven aan hun dochters dat de kans op een dubbele eisprong vergroot – maar ook leeftijd speelt bijvoorbeeld een rol (vrouwen tussen de 35 en 39 jaar hebben drie keer zoveel kans op een spontane meerlingzwangerschap - en er zijn nog meer factoren die de kans vergroten ). Een eeneiige tweeling ontstaat doordat een bevruchte eicel zich in tweeën splitst. Voor zover bekend speelt erfelijkheid hierin geen rol, hoewel dit niet zeker is. Je kunt niets doen om de kans op een eeneiige tweeling te vergroten. Uit een eeneiige tweelingzwangerschap worden twee baby’s geboren die erfelijk zo goed als identiek zijn.
  2. Twee-eiige tweelingen hebben altijd elk hun eigen vruchtzak en placenta, hoewel de placenta’s tijdens de zwangerschap kunnen vergroeien tot één geheel. Bij eeneiige tweelingen zijn er drie verschillende opties, afhankelijk van het moment waarop de bevruchte eicel is gesplitst. Als de splitsing vlak na de bevruchting heeft plaatsgevonden dan hebben de baby’s elk hun eigen vruchtzak en placenta, net als bij een twee-eiige tweeling. Splitst de bevruchte eicel later, dan delen de baby’s de buitenste vruchtzak en de placenta, maar zit er nog wel een dun vlies tussen de baby’s. Vindt de splitsing nog later plaats, dan delen de baby’s ook de vruchtzak en is er geen tussenvlies. Dit wordt een mono-mono zwangerschap genoemd en deze tweelingzwangerschap kent de meeste risico’s. Interessant weetje: Bij 45% van de tweelingen is na de tweelingzwangerschap niet zeker of het om een eeneiige of twee-eiige tweeling gaat omdat dit op de echo lang niet altijd te zien is en ook de placenta geen uitsluitsel geeft, tenzij deze microscopisch wordt onderzocht.
  3. Een twee-eiige tweeling kan bestaan uit twee jongens, twee meisjes, of een jongen en een meisje. Een eeneiige tweeling is altijd van hetzelfde geslacht (zeer zeldzame uitzonderingen daargelaten).
  4. Bij eeneiige tweelingen is er maar één bevruchting, door één vader. Bij twee-eiige tweelingen vinden twee bevruchtingen plaats. Zo is het mogelijk dat er na terugplaatsing van één eitje bij IVF toch een twee-eiige tweeling ontstaat. Er is dan nog een eitje vrijgekomen dat spontaan is bevrucht. Ook zou een twee-eiige tweeling in theorie twee verschillende vaders kunnen hebben.   
  5. Eeneiige tweelingen hebben dezelfde bloedgroep, twee-eiige tweelingen kunnen verschillende bloedgroepen hebben, net als broertjes en zusjes.
  6. Tweelingen hebben niet alleen een ‘ik-bewustzijn’, maar ook een sterk ontwikkeld ‘wij-bewustzijn. Hoe lang dit wij-gevoel aanhoudt, verschilt bij eeneiige en twee-eiige tweelingen. Bij twee-eiige tweelingen is dit wij-bewustzijn het sterkst aanwezig tot hun achtste à negende en bij eeneiige tweelingen houdt dit sterke wij-gevoel veel langer aan, soms tot op volwassen leeftijd.
  7. Eeneiige tweelingen hebben vaker dan twee-eiige tweelingen dezelfde smaak en interesses. Als ze door ouders hetzelfde worden aangekleed, is dat dus niet altijd omdat de ouders dat er zo leuk uit vinden zien, maar omdat de kinderen dat zelf graag willen. Het komt ook regelmatig voor dat eeneiige tweelingen later hetzelfde beroep gaan uitoefenen.
  8. Bij eeneiige tweelingen vinden de ontwikkelingen vaak op hetzelfde moment plaats. Ze worden tegelijk zindelijk, krijgen tegelijk tandjes, verliezen tegelijk hun eerste melktand et cetera. Als een van de twee achterloopt in ontwikkeling is waarschijnlijk een onderliggend medisch probleem de oorzaak (een van de twee is bijvoorbeeld dysmatuur geboren, te klein en licht voor de termijn). Bij twee-eiige tweelingen loopt de ontwikkeling niet per se gelijk, net als bij gewone broertjes en zusjes.
  9. De kans op een eeneiige tweeling is wereldwijd overal gelijk: uit ca. 4 op de 1000 bevallingen wordt een eeneiige tweeling geboren; je kans om een eeneiige tweeling te krijgen is dus 0,4%. Die kans wordt nauwelijks vergroot door vruchtbaarheidsbehandelingen en is ook niet op een andere manier te beïnvloeden. De kans op een twee-eiige tweeling verschilt per land en per ras, omdat hierbij ook externe factoren een rol spelen. In Nederland is de kans op een twee-eiige tweeling ongeveer 1,2%. In Nigeria bijvoorbeeld is de kans op een twee-eiige tweeling maar liefst 3,6%. Wil je graag een tweeling, lees dan hoe je de kans vergroot op het krijgen van een (twee-eiige) tweeling.
  10. Twee-eiige tweelingen hoeven – net als broertjes en zusjes – totaal niet op elkaar te lijken, en als ze toch op elkaar lijken, is dat toeval. Eeneiige tweelingen lijken meestal zoveel op elkaar dat vaak alleen de ouders de verschillen zien. Grappig weetje is dat veel tweelingouders zó gefocust zijn op de verschillen dat ze – als de zygositeit niet bekend is – zelf vaak denken dat hun eeneiige tweeling twee-eiig is

LEES OOK: 30 dingen die je denkt als je zwanger bent van één baby na een tweeling

Foto: Freepik

Janneke Jonkman

Janneke is het gezicht achter My Little Dutch Diary en schrijver van onder meer 'O jee, het zijn er twee'.