Het vergeten evangelie van Maria Magdalena

Maria Magdalena evangelie generated by ai

Wie is toch ‘de leerling van wie Jezus veel hield’, die in het Johannesevangelie naar voren komt? In de christelijke traditie wordt aangenomen dat het daarbij om Johannes gaat, maar er is nog een andere, veel aannemelijker, mogelijkheid. Verslag van een zoektocht.   

Dit is het verslag van een persoonlijke zoektocht naar de auteur van het evangelie van Johannes, het evangelie dat ook wel ‘het evangelie van het hart’ wordt genoemd. De zoektocht begon na een mystieke ervaring waarbij ik Christus ontmoette, eind 2023. Deze ervaring ontstond compleet onverwacht nadat ik me op een avond voor het eerst in mijn leven rechtstreeks tot Jezus had gericht in een gebed. Het was een levensveranderende gebeurtenis voor mij, een die me alles wat ik ooit had geleerd of voor waar had aangenomen, in een ander licht zette. Omdat deze ervaring zo’n wezenlijk onderdeel uitmaakt van de missie die eruit voortvloeide, zal ik er een en ander over delen: ik vraag je hierbij niet om dit alles van me aan te nemen, ik vertel het slechts om te laten zien hoe mijn zoektocht begon.

Jezus liet me tijdens deze ontmoeting niet alleen een glimp zien van het paradijs en van God zelf, Hij deelde ook fragmenten uit Zijn leven op aarde. De beelden weken enigszins af van de traditionele beelden: ik zag Jezus aan een lange tafel zitten, omringd door net zo veel vrouwelijke als mannelijke volgelingen. Hij toonde me dat Maria Magdalena de enige leerling was die Hem tot het bitterzoete einde trouw bleef en hoop bleef houden: het was deze hoop die maakte dat ze op de derde dag terugkeerde naar het graf, waar zij Hem, als eerste getuige, ontmoette nadat Hij was opgestaan.

Ook zag ik Maria Magdalena schrijvend in een grot, en kreeg ik beelden te zien van een grot waarin water stond. Het leek erop dat Maria in deze grot aan een evangelie werkte, maar, zo vroeg ik me na deze ervaring af, er bestond toch helemaal geen evangelie van Maria? Het was een vraag die ik voorlopig parkeerde. Ondanks deze mystieke ervaring ben ik in de eerste plaats een nuchtere journalist met een wetenschappelijke instelling (ik studeerde ooit cum laude af op vergelijkend literatuuronderzoek), en bovendien moeder van drie dochters die ook mijn aandacht nodig hebben. Ik nam me voor eerst alle andere inzichten op te schrijven die Jezus me gaf in de ontmoeting, en daarna pas uit te pluizen hoe het nu zat met Maria Magdalena.

'De leerling van wie Jezus veel hield’

Over Maria Magdalena zijn boeken vol geschreven en de omschrijvingen lopen nogal uiteen: van een zondige vrouw die door Jezus werd verlost van zeven demonen tot de priesteres met bijzondere gaven die de New Age stroming van haar maakte, die met Jezus getrouwd zou zijn geweest en zelfs kinderen met Hem zou hebben gehad. Op de vraag wie er gelijk heeft, heb ik geen verlossend antwoord, maar één ding wist ik wel zeker na de ontmoeting met Jezus: er was een innige band tussen Jezus en Maria Magdalena tijdens Zijn leven op aarde, inniger nog dan die met de andere leerlingen, omdat zij Hem op een heel diep niveau begreep.

Na deze ervaring begon ik de inzichten die Christus mij had aangereikt, op te schrijven in mijn boek De tijd van het hart. En ik begon, met enige tegenzin, de canonieke evangeliën te lezen. Ik had altijd een lichte weerstand gevoeld tegen de kerkelijke traditie en gebruiken en ook het gevoel dat de Bijbel te ver af stond van de ware boodschap van liefde die Jezus mij gaf toen Hij me ontmoette. Als eerste las ik het evangelie van Johannes. Dit raakte me diep. Er staan passages waarin Jezus de lezer heel nabij komt, hoewel er ook uitspraken in staan die voor mijn gevoel later zijn toegevoegd (ik besef dat dit tegen het zere been is van orthodoxe christenen, maar ik kan niet anders dan me baseren op hoe ik Jezus zelf heb leren kennen). En dan was er de kwestie van de geliefde leerling. Zes keer komt in dit evangelie ‘de leerling van wie Jezus veel hield’ ter sprake. In de christelijke traditie wordt aangenomen dat het hierbij om Johannes gaat. Maar in de andere evangeliën krijgt hij deze speciale rol niet. Hij wordt elders in de Bijbel beschreven als een ‘ongeletterd, eenvoudig’ mens (Handelingen 4:13), een visser, die samen met zijn broer Jakobus nogal brutaal een plek in Gods koninkrijk opeist (Matteus 20:20-28 en Markus 10: 35-45). Soms (onder meer door Frederick Baltz en Rudolf Steiner) wordt ook aangenomen dat ‘de geliefde leerling’ Lazarus is.

Een onverwachte ontdekking

Zelf kon ik na lezing niet om het gevoel heen dat het ook nog om iemand anders kon gaan. Was het mogelijk dat met ‘de leerling van wie Jezus veel hield’ Maria Magdalena werd bedoeld? Sterker nog, zou het mogelijk kunnen zijn dat dit evangelie oorspronkelijk door haar is geschreven? Ik kon me, als schrijfster, Neerlandica en veellezer, niet aan de indruk onttrekken dat de schrijfstijl van dit evangelie merendeels vrouwelijk is. Bovendien zou het overeenkomen met de visioenen die ik had gehad van de liefde die Jezus voor Maria Magdalena voelde. En los van deze visioenen: alle evangeliën zijn het erover eens dat Maria de eerste getuige was van de opstanding. Was het niet aannemelijk dat Hij voor het eerst verscheen aan degene van wie hij het zoveel hield?

Het zou nog meer dan een jaar duren voor ik een bevestiging vond van deze overtuiging. Het was in juni 2025. Mijn boek lag inmiddels al bij de drukker toen een vriendin (Donata van der Rassel, met wie ik samen de podcast De Christus Kronieken startte) mij een interview doorstuurde met historica en theologe Annine van der Meer, waarin gesproken werd over een vergeten evangelie. Mijn nieuwsgierigheid was meteen gewekt.

Het is misschien goed om te vermelden dat ik op dat moment net een discussie achter de rug had met de eindredacteur over de aanspreekvorm die Jezus in mijn boek gebruikt. Jezus spreekt de lezer in mijn boek aan, zoals hij mij sinds de ontmoeting ook aanspreekt, met ‘mijn dierbare metgezel’. Of ik dat ouderwetse ‘metgezel’ niet wat kon moderniseren, was de vraag. Maar dat kon en wilde ik niet. Dit was hoe Jezus tot mij en de lezer sprak, daar wilde ik niets aan veranderen.

In het interview sprak Annine van der Meer over een evangelie dat, misschien, afkomstig was van Maria Magdalena. Helemaal zeker kunnen we het niet weten, omdat het originele document, dat eeuwenlang bewaard werd door een kathaarse gemeenschap, niet is vrijgegeven. De vertaalster, Jehanne de Quillan, gelooft dat dit oorspronkelijk in het Grieks geschreven evangelie halverwege de eerste eeuw na Christus van Alexandrië naar Languedoc in Frankrijk is gebracht, waar het begin 12e eeuw vertaald zou zijn in het Occitaans, en recenter, in 2010, door de Quillan in het Engels. Niet omdat ze iets te bewijzen had, maar omdat ze het de lezer gunde om kennis te maken met deze tekst die haar en haar gemeenschap zo dierbaar is, zo vertelt ze in het voorwoord.

Mijn hart maakte een sprongetje toen ik de titel hoorde van dit evangelie: The Gospel of the Beloved Companion. Oftewel: ‘Het evangelie van de dierbare metgezel.’ Kon dit toeval zijn? Of… was dit misschien het evangelie waarvan ik het bestaan al vermoedde sinds mijn Christuservaring, een gevoel dat nog eens werd versterkt toen ik het evangelie van Johannes las? Ik was hoopvol, maar nam me voor om dit evangelie te lezen met een zekere scepsis en gereserveerdheid. Ik had inmiddels aardig wat boeken en theorieën over Maria Magdalena gelezen waar ik weinig mee kon. En als er geen origineel is vrijgegeven, is een vertaalde tekst zoals deze van de Quillan voor de wetenschap weinig waard.

Miryam de Migdala

Toen ik eenmaal begon te lezen, bleef er van mijn aanvankelijke scepsis weinig over. The Gospel of the Beloved Companion (hierna: GBC) is in veel opzichten vrijwel gelijk aan het evangelie van Johannes, maar de zinnen en passages die voor mijn gevoel later aan de bijbelse tekst zijn toegevoegd, ontbreken in haar verhaal. In GBC is Jezus aan het woord zoals ik Hem ontmoet heb en met eenzelfde manier van spreken als ik in De tijd van het hart heb geprobeerd neer te zetten: liefdevol, eenvoudig, direct. Maar dat niet alleen: de woordkeuze lijkt, als je deze naast het canonieke evangelie legt zoals ook De Quillan dat in haar voorwoord doet, oorspronkelijker. Er worden geen omslachtige verwijzingen gemaakt naar het Oude Testament, er wordt geen onnodige redactionele uitleg gegeven aan de lezer, het bevat geen tegenstrijdigheden en de chronologie van de gebeurtenissen is veel logischer en minder chaotisch dan in elk van de canonieke evangeliën. Bovendien vult het de passages aan die ontbreken in het al bekende gnostische document Het evangelie van Maria (dat erg onvolledig is) en zijn er raakvlakken met andere gnostische teksten, zoals Het Thomas evangelie. En wie de ‘leerling van wie Jezus veel hield’ is, wordt in GBC niet achterwege gelaten. In de laatste zin geeft de auteur, anders dan in het evangelie van Johannes, duidelijk haar identiteit prijs: ‘Ik ben Miryam, genaamd de Migdala, de dierbare metgezel.’

Een voorbeeld van een woordkeuze van Miryam die oorspronkelijker voelt: in het Johannesevangelie worden de Joodse leiders regelmatig aangeduid met ‘de Joden’, bijna alsof het om álle Joden zou gaan (terwijl Jezus zelf ook een Jood was). Miryam heeft het in plaats daarvan over ‘de tempel’. Miryam schildert de Joden nergens negatief af; zij maakt al vroeg in het evangelie duidelijk dat zowel Jezus als zijzelf beiden uit Judea komen, en ze maakt duidelijk onderscheid tussen ‘de Joden’ (haar eigen volk) en de Joodse leiders. En zo zijn er meer nuances die de indruk wekken dat de tekst van GBC dichter bij de originele bron lijkt te staan.

De vertaalster van GBC doet nergens stellige beweringen over de authenticiteit van dit werk; zij laat de keuze hoe we dit evangelie willen lezen bij de lezer. Als je wilt kun je dit evangelie beschouwen als een middeleeuwse, afwijkende variant of als een moderne vervalsing – ongetwijfeld zullen orthodoxe christenen het afserveren als ‘vals’, net zoals de gnostische geschriften vaak worden weggezet als onbetrouwbaar. Maar dan zou het, als je het mij vraagt, wel om een briljante variant of vervalsing gaan, een die net zo authentiek aanvoelt als, laten we zeggen, de lijkwade van Turijn. Ik besef dat het voor veel christenen misschien om een hellend vlak gaat om een werk zonder openbaar gemaakte brontekst serieus te nemen, en bovendien: als je afwijkt van de Bijbel, beoefen je dan nog wel het ware geloof? Zelf denk ik dat God ons niet voor niets een goed stel hersenen heeft gegeven en dat het onderzoeken van verschillende perspectieven op de waarheid juist ons hart kan verruimen en ons dichter bij Jezus kan brengen. En als dit evangelie wél authentiek is, dan zou het een enorme verschuiving teweegbrengen richting 'herstory'. 

Het koninkrijk van God is in je

Ik besloot contact op te nemen met Annine van der Meer en we spraken elkaar uitgebreid aan de telefoon. Zij is tot precies dezelfde conclusie gekomen als ik: hoewel moeilijk te bewijzen, heeft het er alle schijn van dat GBC een oorspronkelijker versie is van het evangelie dat wij hebben leren kennen als het evangelie van Johannes. Zij schreef er een 600 pagina’s tellend boek over dat ze me toestuurde: Maria Magdalena ontsluierd. Net als ik onderzocht zij GBC door het naast het evangelie van Johannes te leggen. Zij doet dat als een ervaren theoloog en komt dus tot nog diepere inzichten dan ik als Neerlandica.

Annine van der Meer schreef met Maria Magdalena ontsluierd een fascinerend feministisch-theologisch werk waaruit ik enkele inzichten zal delen. Later zal ik nog dieper ingaan op de raakvlakken tussen GBC en mijn eigen boek De tijd van het hart.

  • Maria komt niet uit Magdala: Zij wordt volgens haar eigen evangelie door Jezus ‘Miryam de Migdala’ genoemd: door Annine van der Meer vertaald als ‘de torenhoog verhevene’ (zoals Petrus ‘de rots’ werd genoemd).
  • Jezus komt niet uit Nazareth en ook niet uit Galilea: Hij is volgens Miryam een ‘Nazoreeër’, iemand uit de gemeenschap van Nazireeërs, door Annine van der Meer herleid tot het woord nazir: ingewijde. En hij komt volgens Miryam niet uit Galilea, maar uit Judea: uit Bethlehem om precies te zijn (hier zijn de canonieke evangelisten het wel over eens, maar ze moeten wel moeite doen om hem hier geboren te laten worden). Zijn oorspronkelijke naam is overigens niet Jezus of Iesous (in het Grieks), maar Yehosua of Yeshua.
  • De Geest in plaats van de Vader: Miryam spreekt in haar evangelie nergens over ‘de Vader’, maar consequent over ‘de Geest’ als het over God gaat. Deze benaming komt overeen met de ‘Heilige Geest’ van de christenen, maar wordt door Miryam dus ook consequent gebruikt als benaming voor God.
  • Simon Petrus is niet de meest prominente leerling: in de canonieke evangeliën vervult Petrus een heldenrol, als belangrijkste van alle discipelen - hij is immers degene die de kerk in Rome stichtte. In de Bijbel wordt Petrus als een van de eerste leerlingen door Jezus geroepen. Bij Miryam wordt hij pas als vierde leerling geroepen: na Levi, Andreas en Filippus. Zelf is zij er al vanaf het begin bij: ‘I am with him in the beginning en I am with him in the end’, staat er in de eerste strofe (‘Ik ben met hem in den beginne, en ik ben met hem aan het einde’). Petrus wordt bij haar wél de ‘rots’ genoemd, maar komt er verder niet zo heel goed vanaf in Miryams evangelie: nadat de haan drie keer kraaide, vlucht hij nog voor de kruisiging, naar Galilea. Na de opstanding wordt hij door Miryam terug naar Jeruzalem geroepen, waar hij vervolgens haar leiderschap in twijfel trekt.
  • Het koninkrijk van God is in je: in de christelijke traditie wordt ervan uitgegaan dat het Jezus is die het koninkrijk van God vertegenwoordigt, niet dat je het koninkrijk van God ook in jezelf zou kunnen vinden. De uitspraak in Lucas (17:20-21) waarin Jezus zegt dat het koninkrijk van God ‘binnen in je’ is, wordt meestal vertaald met ‘is in jullie midden’ (namelijk in de vorm van Jezus). Bij Miryam vertelt Yeshua de parabel over de schat die in de akker verborgen ligt (deze komt ook voor bij Matteüs en in het Thomas evangelie). Hierna zegt hij bij Miryam onomwonden: ‘Heb ik jullie niet verteld dat het koninkrijk binnen in jullie ligt?’
  • Vrouwen aan het woord: In dezelfde passage neemt bij Miryam een vrouwelijke leerlinge, Salome, het woord. Er staat: ‘Hierna vraagt de leerling Salome, de vrouw die Jezus water te drinken had gegeven bij de bron van Jacob: “Rabbi, hoe zal ik mijn schat vinden?” Dit is opvallend: een vrouw die een leerling wordt genoemd en rechtstreeks het woord tot Jezus richt, komt niet voor in de canonieke teksten. Het komt wél overeen met de visioenen die ik heb gehad: dat vrouwen in Jezus’ leven op aarde een net zo belangrijke rol innamen als mannen

(Lees verder onder de foto's)

Janneke Jonkman

Janneke is het gezicht achter My Little Dutch Diary en schrijver van onder meer 'O jee, het zijn er twee' en ‘De tijd van het hart’

Hierna lezen:

Waarom de liefdevolle God nog steeds niet wordt begrepen

Saint Baume grot Maria Magdalena

De grot bij Saint-Baume van Maria Magdalena

Zomer 2025 bezocht ik de grot van Saint-Baume van Maria Magdalena 

Grot van Maria Magdalena in Saint Baume

Toeval of niet? Er staat water
in deze grot.

Wie is de geliefde leerling in het Johannes evangelie

Zou dit de plek kunnen zijn waar Maria haar evangelie schreef?

Grot van Maria Magdalena

Op zoek naar het vergeten verhaal van Maria Magdalena. 

Nog even over dat koninkrijk van God, want dat is een heel belangrijke: bij Miryam vertelt Jezus dat je dat vindt door je te onthouden van de wereld, omdat deze een onechte vader heeft, ‘de heer van boosheid’ (in mijn boek De tijd van het hart heet deze heerser van de wereld ‘hij-die-niet-God-is’). Jezus zegt vervolgens tegen Salome dat wanneer ze de heerser van de wereld niet overwint, ze de Geest nooit zal kennen en niet zal ontdekken wat er in haar ligt. Een vergelijkbare boodschap legde ik vast in De tijd van het hart: ‘Het koninkrijk van God is het koninkrijk dat niet veroverd of verdedigd hoeft te worden, maar dat altijd tot je beschikking staat’, omdat ‘de sleutel tot de poort in je hart ligt’ staat daarin (waarbij Jezus zelf de poort vormt), en: ‘Vrijwel alles wat in jullie wereld betekenis heeft, heeft deze niet op het niveau van Waarheid. Hoe meer je je hecht aan het niet-ware, hoe moeilijker het is om het koninkrijk van God te vinden.’

Ook GBC brengt deze boodschap van liefde over: het koninkrijk van God ligt in je, je hoeft je alleen maar af te wenden van de wereld en naar binnen te keren. Bij Miryam speelt het hart eveneens een rol. Wanneer Miryam in de tuin bij de tombe de opgestane Jezus heeft ontmoet en dit met de andere leerlingen deelt, zijn ze aanvankelijk nog in vertwijfeling over hoe ze de boodschap van Jezus naar buiten moeten brengen. Maar nadat ze haar rechterhand heeft geheven en ze geruststellend heeft toegesproken, ‘keren ze hun harten naar het goede’. 

De zeven poorten

Er zijn nog veel meer verschillen tussen GBC en het Johannesevangelie en aan het belangrijkste ben ik nog niet toegekomen: dat is de passage waarin Miryam beschrijft hoe Jezus haar in een visioen liet zien hoe ze langs een levensboom met zeven poorten opstijgt naar het licht van God (bij Miryam de Geest genoemd). Deze passage vertoont parallellen met het gnostische evangelie van Maria dat in 1896 gevonden werd in de Berlijnse codex. Het vertoont ook parallellen met mijn boek De tijd van het hart, waarin een heel hoofdstuk is gewijd aan ‘de zeven niveaus van liefde’, iets wat ik ook zelf te zien heb gekregen. Maar deze passage waarin Miryam haar visioen beschrijft, verdient naar mijn mening een artikel op zichzelf. Het ondersteunt mijn eigen visie dat wij mensen in een leerproces zitten, waarbij we stap voor stap dichter (of terug) bij God komen, door bij elke stap een eigenschap van het ego af te leggen. Wordt vervolgd dus.

Voor nu sluit ik af met de opmerking dat mijn visie in één opzicht verschilt met die van Annine van der Meer. Ik acht, anders dan zij, nergens in GBC onomstotelijk bewezen dat Yeshua en Miryam man en vrouw geweest zouden zijn. Ik sluit de mogelijkheid niet volledig uit, maar je moet om deze conclusie te trekken wel heel veel verbanden leggen tussen zaken die niet noodzakelijkerwijs met elkaar samenhangen. Misschien is Maria Magdalena wel in overdrachtelijke zin Zijn bruid geweest: zij stond hem meer nabij dan wie dan ook. Hoe dan ook vind ik de historische invulling van die band – waren ze wel of niet getrouwd – minder relevant en lees ik die ook nergens duidelijk terug. Ik zie het evangelie vooral als een uitnodiging om net zo dicht bij Hem te komen als Maria Magdalena. Jij en ik zijn net zo goed Zijn ‘dierbare metgezel.’

Beeld: Magnific

Meer lezen? Aanbevolen literatuur: