Dit is de tweelingcamping van Nederland (en waarom je er een kijkje moet nemen)

Ik ging voor het eerst kamperen met onze tweeling. Zonder man (die haat kamperen), maar met mijn zus. Op de camping bleken acht tweelinggezinnen te staan! Ik snap wel waarom.

Al heel lang wilde ik een keer kamperen met de meiden. Maar het kwam er maar niet van, want Olivier heeft er een hekel aan en een tent of kampeerspullen hebben we dus ook niet in huis. Maar afgelopen week rook ik mijn kans. Olivier zou een weekendje naar Londen gaan en in Amsterdam was het loeiheet vanwege de hittegolf. Ik belde mijn zus om te peilen of zij misschien zit had om met de kinderen (zij heeft een dochter in dezelfde leeftijd als de mijne) en zonder mannen een weekendje te gaan kamperen. En dat wilde ze! Bijkomend voordeel was dat zij een tent heeft, plus een campingkookstel en campingstoelen. Ikzelf had nog ergens een hangmat en een inklapbare tuintafel. Ideaal. Nu nog een geschikte camping vinden. Dat viel niet mee. In de omgeving van Amsterdam en nabijgelegen stranden waren alle leuke campings volgeboekt. Ook de favoriete camping van mijn zus in Overijssel zat al vol. Na het nodige heen en weer appen en rondbellen vond mijn zus toch nog ergens een vrije plek: op camping de Krakeling in Zeist. Gelegen in de bossen en voor ons allebei niet te ver rijden. Duur was het ook al niet, vergeleken met de campings in onze omgeving. We besloten het een kans te geven. Op naar de camping!

Op vrijdagochtend stouwde ik de auto vol met spullen en kinderen en reed naar Zeist. Eén kind moest spugen in de auto, maar ik had zowaar een keukenrol klaargelegd op de bijrijdersstoel en eenmaal aangekomen was het leed snel vergeten. Wat een heerlijke plek! We zetten de tent op ‘het bosveld’, vlak bij een in de schaduw gelegen bosvennetje dat zo ondiep was dat de kinderen overal in het water konden staan. Er stond zelfs een briesje in Zeist, waardoor het er ondanks de hittegolf goed uit te houden was. De klaptafel en -stoelen hadden we voor niks meegenomen, want er waren genoeg houten picknicktafels, die je gratis en voor niets voor je tent mocht zetten. En hoewel ikzelf even moest wennen aan het opblaasbare matras waar ik de nacht op doorbracht, sliepen de kinderen heerlijk dankzij een overvloed aan buitenlucht. Ook de verse koffie verkeerd en croissants op het terras van de campingbistro de volgende ochtend maakten veel goed. Terwijl mijn zus en ik aan de koffie zaten bij te kletsen, vermaakten onze kinderen zich in de knutselruimte. ‘s Middags waren er waterspelletjes en rond zeven uur ’s avonds rukte het animatieteam uit naar het speelveld om met alle kinderen liedjes te zingen en te dansen. Wat ook heel fijn was: behalve een grote speeltuin in de buurt van de receptie, lag er een kleine speeltuin naast ‘ons’ veldje. Slechts twee schommels, een klimrek en een klimboom, maar meer dan genoeg vertier voor drie vierjarigen én het lag binnen het zicht van onze tent. Onze kinderen konden hun geluk niet op. En wij – heel cliché – dus ook niet. Toen ik op zaterdagavond tevreden de afwas stond te doen, raakte ik in gesprek met mijn afwasbuurman. Hij bleek óók een tweeling te hebben. Toen ik het daar met hem over had – hij zei­ dat zijn tweeling met 36 weken gehaald was met een geplande keizersnede omdat ze dat nu eenmaal doen met tweelingen – mengde zich een andere vader in het gesprek. ‘Ik denk dat je 37 weken bedoelt.’ Ik keek de tweede vader verbaasd aan. ‘Ik heb ook een tweeling,’ zei hij. ‘Er staan hier zeven tweelinggezinnen op de camping.’ ‘Maak daar maar acht van,’ zei ik. 

De tweede tweelingvader bleek met zijn tent naast de onze te staan en zo zat ik die avond bij hem en zijn vrouw in de voortent over tweelingbevallingen te praten. Reuze gezellig. De andere tweelingvader nodigde me ook nog uit voor een koffie, maar daar kwam ik niet meer aan toe, want de volgende ochtend gingen we alweer naar huis. Tot groot verdriet van onze kinderen, die ‘voor altijd en altijd’ op de camping wilden blijven wonen. Volgend jaar gaan we zeker terug. Wie weet wil Olivier dan ook wel mee.

P.S. Mij werd op de camping door voorbijgangers gevraagd of ik een drieling had. Als ik de foto zo terugzie, begrijp ik waarom. 

LEES OOK: Sanne Vogel leest ‘O jee, het zijn er twee’

Janneke Jonkman

Janneke is het gezicht achter My Little Dutch Diary en schrijver van onder meer 'O jee, het zijn er twee'. Sommige van deze blogs verschenen eerder op Mynd of Me-to-We.

O jee, het zijn er twee

Hét boek voor beginnende en ervaren tweelingmoeders, vol ontroerende verhalen en handige tips.