33 dingen die je nooit moet zeggen tegen ouders van een premature tweeling

Is je tweeling te vroeg geboren, dan krijg je nogal eens ‘goedbedoelde’ opmerkingen van familie of omstanders waar je helaas niet mee geholpen bent. Luister en huiver: 33 opmerkingen die we liever nooit meer horen.

Volgens een poll die ik eerder hield onder duizend tweelingmoeders, wordt meer dan zestig procent van de tweelingen prematuur geboren. Vaak zijn deze te vroeg geboren baby’s ook nog licht voor de termijn of zelfs dysmatuur (veel te klein voor de termijn). Prematuur en dysmatuur geboren baby’s brengen vaak dagen, weken of zelfs maanden door op de NICU of couveuseafdeling, maar voor mensen die deze afdelingen niet van dichtbij hebben meegemaakt, is niet altijd te begrijpen wat het voor ouders betekent als je baby intensieve ziekenhuiszorg nodig heeft, en ook de mogelijke gevolgen voor de baby’s worden nogal eens onderschat. Gevolg: er worden helaas nogal eens ongevoelige opmerkingen gemaakt in deze zo kwetsbare tijd. Omdat er nog zoveel misverstanden bestaan rondom prematuur en dysmatuur geboren baby’s, vroeg ik jullie (ervaringsdeskundige tweelingmoeders) op mijn Instagram welke opmerkingen jullie hebben gekregen van vrienden, familie, collega’s of andere omstanders, waar je niet mee geholpen was. Dit waren jullie reacties:

1.     ‘”Ah, 34 weken, dat gaat nog hè? En twee kilo? Dat is nog goed, hè?”’

2.     ‘”O, maar een tweeling wordt toch altijd veel te vroeg geboren?”’

3.     ‘Kraambezoek afhouden bij onze twee kilo wegende spruiten die net thuis waren, werd niet normaal gevonden.’

4.     ‘”35 weken en 6 dagen, dat is helemaal geen prematuur meer, waar maak je je druk om.”’

5.     ‘”Dan kun je tussendoor wat rusten, het is nog een voordeel.”’

6.     ‘“35 weken, o dat is mooi zeg en hoeveel wogen ze?” “2 kilo en 2,4 kilo”, dan blijft het meestal stil.’

7.     ‘”Wees blij dat je twee gezonde kinderen hebt!’”

8.      ‘”Je had er ook drie kunnen hebben, dan waren ze nog eerder gekomen.’”

9.     ‘”O, maar dat komt allemaal wel goed, hoor!’”

10.   ‘”Wel fijn dat je niet van grote baby’s hoefde te bevallen, toch?’”

11.  ‘”Maar bij een tweeling is dat toch niet zo erg? Dat gebeurt wel vaker.’”

12.  ‘”O, een paar weekjes neo, dan kun jij lekker bijslapen.”

13.  ‘”Kijk eens, echt een prematuurtje!’”

14.  ‘”Bij de nicht van een collega van mij is dat ook goed afgelopen, hoor. Het komt wel goed.’”

15.  ‘”Een week op de neo, dan heb je echt geluk gehad.”’

16.  ‘”Ach, ze zijn gezond en dit vergeet je allemaal weer.”’

17.  ‘”Is het echt anders dan, als ze prematuur zijn?”’

18.  ‘Er was wel begrip, maar toen we er zelf aan toe waren, kwam er ontzettend weinig kraambezoek.’

19.   ‘”Met 37 weken bevallen, mooi toch?” Ware het niet dat een van de twee al twee weken geen voeding meer had en de placenta bijna zwart zag.’

20.   ‘Dat mensen onaangekondigd op de stoep stonden in het ziekenhuis, wat denk je dan?!’

21.  ‘”Na twee jaar hebben ze nergens meer last van.”’

22.  ‘Onze kinderen waren krap aan 2 en 2,5 kilo. Veel van de opmerkingen: “Best mooie gewichten toch” en “O, 37 weken, dat is toch genoeg?”’

23.  ‘Geboren met 35 weken begreep onze omgeving gewoon niet de impact hiervan en dat je niet met zes man naar een ziekenhuis kunt komen op kraambezoek. De afspraak was twee personen. Vervolgens kregen wij – logisch ook – op ons donder van de artsen en voelde ík me de meest verschrikkelijke mama die er was.’

24.  ‘Hier zijn ze nog steeds klein en altijd als ik met ze ga wandelen, roepen kinderen of ook volwassenen: “Kijk, twee baby’s!”. Maar ze zijn al twee!’

25.   ‘Ik kreeg vooral opmerkingen met betrekking tot prikkelgevoeligheid. Dat had volgens sommigen niets te maken met de vroeggeboorte. I beg to differ.’

26.  ‘Onze jongens zijn geboren met 1100 en 3100 gram. Nu anderhalf jaar later zijn ze 8 en 11 kilo. Mensen denken altijd dat er een jaar tussen de jongens zit. Wat ik weleens vervelend vind.’

27.  ‘”Mijn buurjongen was prematuur en die is nooit ziek.”’

28.  ‘Bij het afbellen van de pufcursus: “O, nou lekker genieten van elkaar.” Dat je moet uitleggen aan zo iemand (die werkt met zwangeren!) dat een baby van 26 weken voorlopig nog in het ziekenhuis ligt er van genieten weinig sprake is.”’

29.  ‘Inmiddels zijn ze dertien maanden en hoor ik: “O, zijn ze al zó oud, ze zijn wel erg klein hè, trekt dat nog wel bij?”’

30.  ‘”Heb je die maat 44 gelukkig toch niet voor niks gekocht.”’

31.  ‘Mensen begrijpen niet dat randprematuriteit ook prematuriteit is. Om nog maar te zwijgen van de informatie die je niet krijgt bij randpremature kinderen…. Zo hoorden wij achteraf dat we rechten hadden op een RSV vaccin. Nadat we ons zoontje bijna verloren hadden aan RSV.’

32.  ‘”Mogen wij langskomen om de tweeling te komen bewonderen? Maar we zijn wel snipverkouden, is dat erg?”’

33.  ‘Mensen dachten wel mee, maar met kerst waren ze net 10 dagen oud. Omdat ik al heen een weer reed naar het ziekenhuis, leek het net alsof het met mij allemaal oké was. Terwijl ik een keizersnede had gehad. We waren met kerst dus maar even bij familie en bij de grote familie helemaal niet. Dat werd niet gewaardeerd. We hadden toch best even kunnen komen? Als mama van een prematuur ga je door, maar dat betekent echt niks.’

P.S. De foto bij dit stuk is van een van eigen kinderen, geboren met 36 weken en 3 dagen en resp. ca. 2 en 2,5 kilo bij de geboorte. 

LEES OOK:  Dit heb je nodig in de kraamtijd van een tweeling: steun en chocola

Janneke Jonkman

Janneke is het gezicht achter My Little Dutch Diary en schrijver van onder meer 'O jee, het zijn er twee'. 

O jee, het zijn er twee

Hét boek voor beginnende en ervaren tweelingmoeders, vol ontroerende verhalen en handige tips.